7 vragen aan Frans Pingen

‘WUR doet meer dan simpel naleven van de privacywet’

Foto: Judith Jockel

Als jurist begrijp ik dat onderzoekers de AVG op het eerste gezicht als een bureaucratisch monster zien

Frans Pingen is general counsel, compliance officer en data protection officer bij WUR. Een gesprek over privacy en het belang van (big) data op de universiteit en in je privéleven.

Hoe Serious ben jij about Data als het gaat om privacy?

“Ik zit niet op Facebook, wel op Whatsapp en ook op Signal. Iemand als Mark Zuckerberg is erg ambivalent ten opzichte van privacy. Hij heeft wel een spreekwoordelijke tankgracht gebouwd om zijn eigen privéleven te beschermen, maar de informatie van Facebook-gebruikers ligt regelmatig te grabbel. Wie kent niet zijn foto met het bordje voor zich waarop staat: They trust me, dumb f*cks.”

Jij bent jurist. In hoeverre zijn data en privacybescherming voor jouw vakgebied van belang?

“Als jurist dien je ervoor te waken dat de zorgplicht die WUR als kennisinstelling heeft ten aanzien van de aan haar toevertrouwde persoonsgegevens goed wordt nageleefd. Dat was vroeger zo, toen dossiers nog in kluizen of afgesloten kasten terecht kwamen, en tegenwoordig evenzeer nu veel is opgeborgen in de cloud. Misbruik door het laten rondslingeren van persoonsgegevens op het bureau kan uiteindelijk leiden tot identiteitsfraude op het internet.

Nederland staat in de top 10 online identiteitsdiefstal. Daar wil je als instelling niet medeverantwoordelijk voor zijn. Maar ook proefpersonen moeten erop kunnen vertrouwen dat hun gegevens veilig zijn binnen WUR. Het grote belang dat wij toekennen aan privacy, is meer dan het simpel naleven van de wet. Het is een kwestie van waardigheid en respect om de persoonlijke levenssfeer - een burgerrecht - te beschermen.”

Foto: Shutterstock

Naam

Frans Pingen

Afstudeerrichting

ondernemingsrecht, internationaal privaatrecht en medezeggenschapsrecht

Burgerlijke staat

Getrouwd

Kinderen

Een dochter van 22 en een zoon van 15

Hobby’s

Bioscoopbezoek, lezen, fotografie, bergwandelen

Wat is voor jou de belangrijkste verdienste van data voor de wetenschap?

“Data zijn de backbone van onze onderzoeksinstelling. Dat betekent dat de integriteit van deze data niet ter discussie mag komen te staan. Onderzoekers dienen aan de voorkant van het onderzoek een ethische standaard omtrent het gebruik van persoonsgegevens in te bouwen waarbij zaken geregeld zijn als: geïnformeerde toestemming gebruik persoonsgegevens, anonimiseren en in control zijn over de opslag van gevoelige data. Eigenlijk niets nieuws onder de zon omdat de medisch ethische toetsingscommissie (METC) dit voor bepaald onderzoek al jaren eist. Als onderzoeker breng je de kwaliteit en integriteit van de data en daarmee het onderzoek naar een hoger plan.”

Waar liep je tegenaan bij de invoering van de AVG, wat was de worsteling en wat ging juist soepel?

“Mijn grootste uitdaging was hoe WUR als instelling met 5.500 medewerkers, meer dan 12.000 studenten en alle andere (onderzoeks)activiteiten waarbij persoonsgegevens betrokken zijn, een actueel register van alle verwerkingen van persoonsgegevens zou moeten bijhouden. Het is met een externe partij gelukt om tijdens het project: ‘Compliance aan de AVG’ een geautomatiseerd register vorm te geven. Ik zie veel andere instellingen nog steeds met Excel-lijsten werken.”

“Als jurist begrijp ik dat onderzoekers de AVG op het eerste gezicht als een bureaucratisch monster zien, maar de andere kant is dat de wet die ervoor zorgt dat de kwaliteit van het onderzoek aan de voorkant verbetert. Met de gevoelde bureaucratie probeer ik ook rekening te houden door bij METC-onderzoek geen data protection impact assessment te vragen aan de onderzoekers. Een vorm van ontzorgen.”

Volg niet mainstream, maar zet de trend. Gebruik Europese producten die privacy by design zijn

Wat is voor jou het belangrijkste data-boek van dit moment?

“Een échte eye-opener was voor mij het boek Je hebt wél iets te verbergen van journalisten van De Correspondent. Het boek laat zien welke gegevens er allemaal van jou als persoon verzameld worden en hoe daar profielen van worden gemaakt voor adverteerders. Via artificiële intelligentie ontstaat er een digitaal profiel van jou waar je niet of maar moeilijk vanaf komt en dat ook voor andere minder onschuldige doeleinden gebruikt kan worden. Als je het mij vraagt niet voor niets al bijna een bestseller.”

Foto: Shutterstock

Nederland staat in de top 10 online identiteitsdiefstal. Daar wil je als instelling niet medeverantwoordelijk voor zijn

Vind je dat grote techbedrijven als Facebook en Google aan banden moeten worden gelegd?

“Als je het mij als particulier vraagt, wel. Ik was erg blij met het programma van Arjen Lübach, die zei: ik ga nu van Facebook af. Ik vind het goed dat men kritisch kijkt naar dit soort media, die de privégegevens van gebruikers verkopen aan bedrijven als Cambridge Analytica. Hoe meer mensen tot dat inzicht komen, hoe beter. Dit surveillancekapitalisme vind ik zorgwekkend.”

“Maar waar ik me beduidend meer ongerust over maak is hoe in minder democratische landen een goed-gedrag-infrastructuur (burgerscore) wordt ingericht om het doen en laten van mensen te volgen. ‘It’s your data, not big data’, is mijn mening.”

“Aan de andere kant zie ik dit soort uitwassen als de groeipijnen van het internet. Ja, er zitten negatieve elementen aan, maar uiteindelijk moet dat door gezond verstand en voortschrijdende innovatie zijn plek krijgen. Dit zeg ik als onverbeterlijke optimist. Wat kunnen we zelf doen? Volg niet mainstream, maar zet de trend. Gebruik vooral Europese producten die privacy by design zijn.”

Bewaar je jouw privégegevens gewoon in de cloud?

“Ja, hoewel je kritisch moet blijven met wat je daar op zet, vertrouw ik de iCloud wel. Dat is - moet ik eerlijk toegeven - overigens meer op basis van een gevoel dan op kennis. Het verdienmodel bij Apple zit ‘m denk ik in de prijs van de apparatuur en niet in het verkopen van data. Ik zou niet mijn privégegevens zomaar op elke willekeurige server zetten.”

Deel dit artikel