‘Met data spreek je een gemeenschappelijke taal’

Willem Jan Knibbe is beleidsdirecteur van het Wageningen Data Competence Centre (WDCC). Zeven vragen over het belang van (big) data op WUR en in je privéleven.

Foto: Judith Jockel

‘Het is een vak op zich om data goed te kunnen linken en dat zijn we nu samen aan het ontwikkelen’

Hoe Serious ben jij about Data?

“Er zijn verschillende manieren om een onderzoek te beginnen. Je kunt werken met experimenten en metingen. Je kunt modellen bouwen met vergelijkingen en daar rekengegevens uithalen. Maar wat we nu meemaken is dat er zoveel gegevens beschikbaar komen uit onderzoek dat al door anderen is gedaan. Vaak begin je je onderzoek dus niet met een experiment of een meting maar met een onderzoek naar gegevens die er al zijn. Door die vele data aan elkaar te koppelen, kunnen we uiteindelijk tot een veel uitgebreidere beschrijving van de wereld om ons heen komen dan vroeger mogelijk was. Data zijn voor onderzoekers dus serious business.”

Jij bent natuurkundige en astronoom. In hoeverre zijn data voor jouw vakgebieden van belang?

“Mijn promotieonderzoek aan de Vrije Universiteit ging over de atmosfeer op onze buurplaneet Venus. Zelf ter plekke onderzoek doen komt dan natuurlijk nicht in Frage. Maar er waren wel veel metingen van NASA die daar een sonde naartoe had gestuurd. Veel meer metingen dan wanneer ik bij wijze van spreken zelf naar Venus had gekund om onderzoek te kunnen doen. Omdat wij, anders dan de NASA, een vakgroep hadden die was gespecialiseerd in lichtverstrooiing, konden we veel meer met die gegevens doen.”

“Toch had ik al die gegevens graag willen combineren met een bezoek aan Venus. Want data kunnen een fysieke ervaring nooit vervangen.”

Naam

Willem Jan Knibbe

Geboortedatum

28 maart 1969

Afstudeerrichting

Sterrenkunde

Burgerlijke staat

Getrouwd

Kinderen

Een zoon van 19 en een dochter van 16

Hobby’s

Schaatsen, wielrennen, computers, boeken

Willem Jan Knibbe, beleidsdirecteur van het Wageningen Data Competence Centre (WDCC). Foto: Judith Jockel

Wat is voor jou de grootste verdienste van data voor WUR?

“Kort geleden was ik bezig met de organisatie van een symposium en daar kwam onder andere het onderwerp toxines aan de orde, die worden afgescheiden door bacteriën. Die zijn giftig en dus milieukundig relevant, maar ook van belang voor groei van planten, en voor de gezondheid. In het verleden was elke onderzoeker bezig vanuit zijn eigen discipline, maar omdat je met data een gemeenschappelijke taal spreekt, kun je vanuit meerdere vakgebieden naar zo’n onderwerp kijken. Het is een vak op zich om data goed te kunnen linken en dat zijn we nu samen aan het ontwikkelen, zodat bijvoorbeeld effecten op milieu, groei, en gezondheidsrisico’s samen bekeken kunnen worden.”

Wat is voor jou het belangrijkste data-boek van dit moment?

“Ik ben geneigd er twee te noemen: The signal and the noise van Nate Silver. Het gaat daarin om de vraag wanneer voorspellingen werken en wanneer niet. Een goed en leesbaar boek. Het tweede is The Weapons of Math Destruction van Katy O’Neill over wat er in de samenleving mis kan gaan door big data.

De bestsellerschrijver Yuval Noah Hariri heeft daar uitgesproken gedachten over. Volgens hem worden we binnenkort door algoritmes overheerst. Wat denk jij?

“Wat dat betreft behoor ik tot de optimisten. Naar mijn idee zullen mensen altijd bepalend blijven. We moeten wel goed nadenken hoe we alles organiseren en hier en daar is er ook strengere wetgeving nodig. Ik vind Hariri soms wel wat zwartgallig. Er is zeker veel wat computers nauwkeuriger en efficiënter kunnen doen dan mensen. Maar de mens blijft nodig om te bedenken waar al die gegevens voor nodig zijn.”

‘Er is veel wat computers efficiënter kunnen. Maar de mens blijft nodig om te bedenken waar al die gegevens voor nodig zijn’

Vind je dat grote techbedrijven als Facebook en Google aan banden moeten worden gelegd?

“Het op grote schaal verzamelen van persoonlijke gegevens, is niet altijd goed voor de samenleving. Maar wat een samenleving wil, verschilt soms ook per land. Wat in China heel normaal wordt gevonden, bijvoorbeeld het invoeren van een big data burgerscore voor goed en slecht gedrag, daar zouden wij ons heel ongemakkelijk bij voelen. In zo’n systeem krijgen burgers punten, bedoeld om onderscheid te maken tussen eerlijke en oneerlijke mensen. Gegevens daarvoor kunnen overal vandaan komen: koopgedrag, videobeelden, overheidsregistraties. Het is voor burgers de moeite waard om een hoge score te halen want die geeft allerlei mogelijkheden, terwijl een lage score belemmeringen oplevert. Ik zie het niet per se als gevaar, maar vind wel dat we ons er wel bewust van moeten zijn. Vandaar ook: serious about data!”

Bewaar je jouw privégegevens gewoon in de cloud?

“Op een privécloud, dus niet bij Google. Aan Facebook doe ik ook niet, aan Whatsapp dan weer wel. Aan sommige dingen ontkom je niet, al voelt het soms wel wat ongemakkelijk. Zoals bij online bankieren. Je hele hebben en houden staat online, nergens is meer een papieren bewijs. Stel dat de bank je saldo van het ene op het andere moment door tien deelt. We vinden het onvoorstelbaar, maar het kán een keer misgaan.”